de   futurist

Je gids uit de toekomst

  • Facebook - White Circle
  • Twitter - White Circle
  • Instagram - White Circle

Hugo #1 The Demolished Man | Een ouderwetse detective overgoten met een SF-sausje

5 september 1953 werd in het Bellevue-Stratford Hotel in Philadelphia voor het eerst de Hugo Awards uitgereikt tijdens de elfde Wereld Science Fiction Conventie (Worldcon). Nu worden de Hugo Awards gezien als ’s werelds meest gezaghebbende prijzen voor sciencefictionliteratuur. Op De Futurist zullen we de komende tijd verslag doen van alle winnaars van een Hugo Award for Best Novel, in chronologische volgorde. We beginnen met de winnaar van 1953: The Demolished Man, van Alfred Bester.

 

 

Door Futurist Tom Gerritsen

 

In de eerste regels van The Demolished Man waan ik me in een Technicolor B-film:

 

“EXPLOSION! Concussion! The vault doors burst open. And deep inside, the money is racked ready for pillage, rapine, loot. Who’s that? Who’s inside the vault? Oh God! The Man With No Face! Looking. Looming. Silent. Horrible. Run… Run…”

 

Hoofdletters, uitroeptekens, eenwoordzinnen, een Man Zonder Gezicht – vanaf het begin is het tempo in dit boek moordend en het spektakel overweldigend.

 

We maken kennis met Ben Reich, kwaadaardig (hoe kan het anders met zo’n achternaam) directeur van Monarch Utilities & Resources, een gigantische corporatie met vestigingen door het hele zonnestelsel. De enige concurrent van formaat is D’Courtney, geleid door de oude Craye D’Courtney. Nadat Reich’s voorstel om de twee bedrijven te fuseren op niets uitloopt, komt hij tot de conclusie dat er maar één manier is om Monarch commerciële alleenheerschappij te geven over het universum: Craye D’Courtney vermoorden.

 

Een praktisch bezwaar tegen dit plan is dat er in de vierentwintigste eeuw al decennia lang geen moord meer heeft plaatsgevonden. De evolutie heeft namelijk een nieuwe klasse van gedachtelezers opgeleverd, waardoor moordplannen niet onopgemerkt kunnen blijven. Ben Reich verzint hier echter iets slims op. Hij zorgt ervoor dat er een popliedje in zijn hoofd verankerd blijft, waardoor iedereen die zijn gedachten probeert te lezen slechts stuit op dat tergende deuntje.

 

 

De moord vindt vroeg in het verhaal plaats, waarna de rest van het boek de pogingen van een rechercheur beschrijft om genoeg bewijs te verzamelen om Reich te kunnen veroordelen voor zijn misdaad – uiteraard door een robot-rechter.

 

De stijl van het boek past naadloos in het genre van hard-boiled detectives. Er is veel geweld, de rechercheur is een tragisch, Humphrey Bogart-achtig type en de vrouwen in het boek lijken vooral te bestaan als mannelijk fantasiebeeld. Het boek past, met andere woorden, perfect in het tijdperk waarin het geschreven is. Ook de nadruk die in het boek gelegd wordt op freudiaanse ideeën – op een zeker moment daalt de rechercheur af in het onderbewustzijn van een vrouw, wat wordt beschreven als een kokende, vurige put – doen nogal gedateerd aan.

 

De reden om The Demolished Man alsnog te lezen openbaart zich pas aan het einde van het boek, wanneer Reich de gevreesde straf van ‘demolition’ uiteindelijk niet meer kan ontlopen. In een nachtmerrieachtige scène verdwijnen één voor één objecten uit het universum. Eerst de sterren, dan de planeten, de maan, de zon en uiteindelijk alle materie behalve Reich zelf. Aan iedereen vraagt hij tijdens dit geleidelijke proces waar de sterren gebleven zijn, waar de maan gebleven is, en de zon – en iedereen verklaart hem voor gek. De ontreddering van Reich en de twijfel aan zijn eigen psychologische gezondheid zijn van beklemmende indringendheid en doen hopen dat Christopher Nolan ooit eens een film maakt met dit gegeven als uitgangspunt.

 

Veel van de boeken die de afgelopen decennia een Hugo Award ontvingen, waren vooruitstrevende boeken die onontdekte mogelijkheden van het genre lieten zien. Die visionair waren in hun beeld van de toekomst. Het is duidelijk dat Alfred Bester zijn fantasie tot het uiterste heeft aangesproken in deze roman, de vele details over de wereld binnen het verhaal zorgen voor een bij vlagen overtuigend beeld van een zonnestelsel geregeerd door bedrijven.

 

Met wat goede wil zou je hierin een voorloper kunnen zien van de corporatistische werelden van Philip K. Dick (Man in the High Castle '62) William Gibson (Neuromancer '84) – maar de rest van het boek, de stijl, de personages, de gesprekken, laten uiteindelijk toch de indruk achter van een ouderwetse detective overgoten met een SF-sausje.

 

 

 

Volgende maand staat They’d Rather Be Right van Mark Clifton en Frank Riley op het program, een boek dat alom bekend staat als de slechtste Hugo-winnaar aller tijden, dus dat wordt genieten.

 

Please reload

Please reload