de   futurist

Je gids uit de toekomst

  • Facebook - White Circle
  • Twitter - White Circle
  • Instagram - White Circle

Hugo #2 They’d Rather Be Right | Een boek dat gelukkig nergens meer te koop is

Met enige huiver begon ik deze maand aan They’d Rather Be Right van Mark Clifton en Frank Riley uit 1955. Het is het tweede boek dat een Hugo Award won. Op verschillende plekken valt te lezen dat het boek in de ogen van velen ver onderaan bungelt in de lijst van Hugo-winnaars, maar ik besluit al die klaagzangen uit mijn geest te bannen en vrij van vooroordelen te beginnen.

 

 

In de eerste hoofdstukken wordt langzaam duidelijk waar het verhaal om draait. Twee professoren en hun jonge assistent, Joe, hebben een machine gemaakt die oorspronkelijk bedoeld is als een automatische piloot voor vliegtuigen, om de ongelukken die veroorzaakt worden door menselijke fouten uit te bannen. Naarmate het project vordert, wordt duidelijk dat de machine, genaamd Bossy, niet alleen kan vertellen wat de juiste koers is voor een vliegtuig, maar ook wat de juiste antwoorden zijn op alle denkbare vragen.

 

Deze handige vaardigheid kreeg ze, zo wordt me uitgelegd, omdat ze alleen maar redeneert vanuit feiten, in tegenstelling tot alle mensen die zich louter laten leiden door vooroordelen. Bossy kan mensen zelfs, met hulp van psychotherapie, afhelpen van een grote verscheidenheid aan problemen. Maar dan moeten die mensen wel afstand kunnen doen van die ingebakken vooroordelen, wat maar bijzonder weinig mensen blijken te kunnen.

 

 

Opnieuw hangt de lange schaduw van Freud over dit boek, zoals die ook al te bespeuren is bij de vorige Hugo-winnaar, The Demolished Man – ook sciencefiction ontkomt niet aan de hypes van de tijd. Voor iedereen die succesvol de therapie doorloopt, is er een groot cadeau: onsterfelijkheid. Clifton en Riley suggereren dus dat veroudering te wijten is aan denkfouten en daaruit voorkomende onderdrukte frustraties. Alsof dat allemaal niet mooi genoeg is, krijg je na een succesvolle sessie met Bossy als kers op de taart telepathische gaven, ook al iets wat een grote rol speelde in The Demolished Man. Voor sciencefictionschrijvers in de jaren vijftig lijkt een toekomst vol gedachtelezers helemaal in de lijn der verwachtingen te liggen.

 

 

De mogelijkheid dat de wetenschap ooit de mens onsterfelijk zal maken blijft interessant en actueel. Vorige week was er nog veel media-aandacht voor de onderzoekers die erin slaagden verouderingsprocessen bij een muis terug te draaien. Allerlei filosofische en ethische vragen duiken op bij dit onderwerp, dus ik verkneukel me al op het duizelingwekkende verhaal dat Clifton en Riley mij zullen voorschotelen over de implicaties van Bossy op de mensheid.  

 

Honderdvijftig pagina’s later besef ik dat al dat gekneukel voor niets was. Clifton en Riley willen namelijk één punt maken in dit boek: de mensheid bestaat uit een stel vooringenomen idioten die niets liever wil dan vasthouden aan hun kleine, miezerige overtuigingen, dus die machine zal vrijwel niemand kunnen helpen. En dat herhalen de auteurs vaak. Tergend vaak.

 

Na een uitgebreide berekening kwam ik tot de conclusie dat er, wanneer je de minachtende opmerkingen over de mensheid uit het boek haalt, slechts 6 van de 160 pagina’s overblijven. Het effect is alsof je op een verjaardag staat en in de hoek bent gedreven door die ene alcoholistische oom, die, gedesillusioneerd door hoe het leven hem voorbij is gestreefd, je nu de hele avond gaat vertellen over ‘hoe het allemaal écht zit’ in deze onrechtvaardige wereld. 

 

 

 

Lezer, wees gewaarschuwd! Hoed je voor dit boek! Gelukkig is het nergens meer te krijgen, dus de kans is verwaarloosbaar dat je ooit bij toeval op een exemplaar stoot, maar mocht het lot je ongunstig gezind zijn: laat alles uit je handen vallen, vlucht naar huis!

 

 

Please reload

Please reload