de   futurist

Je gids uit de toekomst

  • Facebook - White Circle
  • Twitter - White Circle
  • Instagram - White Circle

Ik zie de toekomst

 Illustratie door Joost Dekkers

 

 

Er is mij gevraagd een verklaring op te stellen en die begint zo:

 

Ik ben geen racist, wat Marian ook denkt. Ik begrijp haar ook wel, het is makkelijker om hun standpunt in te nemen, dat weet ik. Het is makkelijker om je te verbergen achter idealen en principes, zodat je niet bezig hoeft te zijn met de daadwerkelijke consequenties van je wetten, van je beleid. Zij kunnen zich beroepen op hun moraal. Moraal. Heb je niks aan als de wereld straks in brand staat. De wereld staat al in brand, trouwens.

 

Ik ben geen racist.

Ik ben helderziend. 

 

Zo wilden ze het zelf niet noemen. Bang voor onredelijke verwachtingen. Ze waren nog in beta, niemand wist of het zou werken. Dat hebben ze ons tot in den treuren op het hart geduwd. En de dames (nooit heren) volksvertegenwoordigers waren nog erger. De overheid heeft het ons eerst ten strengste afgeraden en toen dat niet werkte, toen de boze advertentie die ze in de PDF’jes hebben gezet alleen maar méér vrijwilligers opleverde – supervoorspelbaar natuurlijk – toen hebben ze het alsnog verboden. Alsof wij ons daardoor tegen laten houden. Als je de kans hebt om helderziend te worden, de kans om de toekomst te kunnen zien voor hij werkelijkheid wordt – geloof me, daar heb je veel voor over.

 

Om precies te zijn $NL 42.000,-

 

Het was in een wijk in Rotterdam die vroeger een bedrijventerrein was. Ik weet nog dat ik er ooit ben geweest om een gehuurd bestelbusje terug te brengen, nadat we Robin hadden verhuisd naar dat huis boven die slagerij. Nu waren de grote kantoorgebouwen omgebouwd tot luxe woningen voor klasse-1-burgers. Grote, anonieme blokkendozen vol IKEA-meubels. De sandwichzaak die er vroeger zat was een kimchi-corner. Het gebouw van de start-up was net iets dieper de wijk in, in een deel van de wijk waar het nog niet hip was, nog niet leuk, nog niet – 

ja, wit.

 

Er was een wachtkamer met lime-groene muren, een instructievideo, een soort tandartsmeubel waar ik in moest gaan zitten. Ze hebben me verdoofd en toen hebben ze de zijkant van mijn hoofd opengesneden, schijnt. Een supersnelle processor ingebouwd, schijnt. Ik weet zeker dat het gebeurd is want ik heb er voor betaald, ik kan het me alleen niet herinneren, vanwege de verdoving. Soms denk ik dat ik de ventilator van de koeler hoor, maar volgens de dokters van de start-up is dat onmogelijk.

 

In eerste instantie was het alsof er niets was veranderd, behalve dat het leek alsof mijn fantasie iets meer op hol sloeg. Als ik Marian een tosti zag bakken in de kantine, dan zag ik de tosti meteen verbranden, omdat zij even weggelopen was, ook al stond ze er nog, en was de tosti nog niet aan het verbranden. Het leek alsof ik me voorstelde dat ze weg zou lopen en dat de tosti dan zou verbranden, maar toen liep ze weg en verbrandde de tosti en opeens besefte ik dat ik het niet fantaseerde, ik zag het. Ik zag de toekomst gebeuren. Marian vroeg me waarom ik niet had ingegrepen toen de tosti aan het verbranden was, en het was te ingewikkeld om het haar uit te leggen. 

 

Marian doet alle commerciële accounts. We zitten tegenover elkaar aan een bureau, en zij tikt heel hard op de toetsen. Ze is denk ik tien jaar jonger dan ik, begin veertig, met brutale ogen. Ik weet niet of ik ze mooi vind, haar ogen, of dat ik vooral vind dat ze op haar scherm moet blijven kijken en niet naar mij. Ze heeft altijd een leeg A4’tje naast haar computer liggen, waar ze soms opeens aantekeningen op maakt met een vulpen. Ik maak nooit aantekeningen, terwijl wij in principe hetzelfde werk doen. Ik snap niet wat ze opschrijft. 

 

De dag erop zag ik Marian weer een tosti maken. Weer zag ik haar al weglopen en de tosti verbranden voor ze wegliep. Maar toen ze wegliep van de lunchtafel om een glas water in te schenken, twijfelde ik geen moment. Ik trok het tosti-apparaat open, nog voor de tosti verbrand was. Nu zag ik een nieuwe toekomst in mijn ooghoek, de toekomst waarin Marian mij uitgebreid bedankte, en ze zei dat ze zichzelf soms echt niet snapte, dat ze niet begreep waarom ze wéér wegliep van het tosti-ijzer, terwijl het gisteren nog zo fout was gegaan. Toen kwam Marian terug, en bedankte ze mij uitgebreid. Ze zei dat ze niet snapte waarom ze wéér wegliep van het tosti-ijzer, terwijl het gisteren nog zo fout was gegaan.

 

Ik zie de toekomst en hij is te veranderen.

 

Het heeft me veel geluk opgeleverd tot nu toe. Ik heb al meerdere malen auto’s ontweken die ik anders misschien niet aan had zien komen. Ik was Robins verjaardag vergeten, maar toen zag ik mezelf in de toekomst haar feliciteren met haar verjaardag, en toen wist ik weer dat ze jarig was. En gisteren, toen ik klaar was op kantoor, ben ik bij de voordeur blijven hangen omdat ik in mijn toekomst-ooghoek zag dat Marian er aan kwam.

 

Ik ben zo dom geweest om het Marian te vertellen, toen. Trots ook nog, als de verstandelijk gehandicapte mongool die ik ben. Dat ik één van de 2000 mensen was die de ingreep heeft laten doen. Ze geloofde me eerst niet. Toen vroeg ik haar om een cijfer in gedachte te houden. Ik raadde het goed, natuurlijk. Het was acht. 

 

Ik heb het wel op de nette manier uitgelegd hoor. Dat hebben ze ons aangeraden bij de start-up. Je kan beter niet zeggen dat je helderziend bent, ook omdat je dat niet bent, bleven ze benadrukken (vanwege alle aanwezige advocaten waarschijnlijk). In plaats daarvan kan je beter uitleggen dat er een quantumprocessor in je hoofd zit, die met de snelheid van het licht alle mogelijke toekomsten berekent, en ons de meest waarschijnlijke toont. Zoals een weercomputer het weer voorspelt.

 

Marian moest lachen, en niet op de manier waar ik op een gekke manier warm van wordt. Ze lachte me uit, zei proestend dat ze het sterke vermoeden had dat ik was opgelicht. Ik wees haar erop dat ik goed had voorspeld dat ze ‘acht’ zou zeggen, en dat gaf ze dan ook wel weer ruiterlijk toe. Marian zei dat ze zich niet voor kon stellen dat ze ooit iemand iets chirurgisch in haar hoofd zou laten stoppen, omdat je nooit zeker wist wat er precies in je hoofd zou worden gezet. Dat vond ik dan weer een beetje paranoïde van haar. Alsof iemand een apparaat in mijn hoofd zou plaatsen waar ik anders van zou gaan denken, of zoiets.

 

Ik had aan moeten zien kunnen komen dat we ruzie zouden krijgen.

 

Ik ben geen racist. Iemands kleur doet er niet toe. Al ben je paars! Mensen zijn mensen. En ik begrijp de mensen die uit andere landen, uit oorlogslanden, hierheen komen. Natuurlijk doe je dat, ik zou niets anders doen. Als hier de kerktorens in de fik zouden staan, scherpschutters op het dak van de HEMA, plunderingen in Hoog-Catharijne, ik zou niet blijven. Dus ik snap Marians positie wel, haar morele standpunt, niet gehinderd door enige vorm van realiteitsbesef. Ik snap dat ze vind dat je niet kan zeggen wat ik zeg. Niet kan doen wat ik deed. 

 

Maar ik kan me die luxe niet veroorloven.

 

Iedere dag zie ik in mijn ooghoek een nieuwe toekomst. Ik kijk verder dan de tosti, ik zie jaren de toekomst in. En sinds de stroom weer is aangesterkt, sinds half Europa leegloopt en zich bij ons aan de poort meldt, verandert die toekomst iedere dag. Iedere dag is die toekomst weer iets duisterder. Iedere dag zie ik nieuwe gruwelijkheden. Ik zie heel duidelijk het instorten van onze verzorgingsstaat, in kristalheldere beelden zie ik de verkrachtingen en de plunderingen, de martelingen. Niet alleen van de toegestroomde Italianen– al is hun cultuur nou eenmaal anders dan de onze –, ook van Nederlanders, aangestoken door het walgelijke geweld van de vluchtelingen. Nederlanders doen net zo goed mee. Maar het zijn wel plunderingen, martelingen en verkrachtingen die ik nooit zag voor de vluchtelingenstroom weer toenam. 

 

Ik wilde Marian wel serieus nemen. Dat ben ik haar verplicht. Soms hoor ik haar praten in mijn hoofd, net voor ik in slaap val. Ze zegt: ‘niemand kan de toekomst voorspellen, ook jij niet.’ Ik weet niet zeker of dit een herinnering is, of een toekomstvisioen, want ze zegt het elke dag tegen me. Ik heb, op haar verzoek, de start-up gebeld. Ik wilde, gewoon voor de zekerheid, vragen of het mogelijk is dat er iets mis was met de quantumcomputer. Dat ik waanbeelden zie, of erger. Maar niemand nam op. Toen ik het bedrijf googelde bleek het failliet gegaan. 

 

Ik zag onze toekomst, en hij was mooi. Toen kwamen zij, en hebben zij onze toekomst afgepakt. Dus als iemand vraagt waarom ik het gedaan heb: ik deed het om ons te redden. Het verdient geen schoonheidsprijs, er zijn offers gemaakt, er zal veel gerepareerd moeten worden. Maar ik deed het voor ons. Om onze toekomst, onze prachtige, glimmende toekomst, opnieuw uit te laten komen.

 

Dat ik gepakt werd zag ik niet aankomen.

 

 

 

 

 

Please reload

Please reload