de   futurist

Je gids uit de toekomst

  • Facebook - White Circle
  • Twitter - White Circle
  • Instagram - White Circle

Hugo #7: A Canticle for Leibowitz | Een SF-bijbel

 

Toen de Koude Oorlog in al zijn onderkoelde hevigheid woedde, waren we doordrongen van het feit dat een nucleaire holocaust ieder moment boven ons hoofd kon losbarsten. Schoolkinderen keken instructievideo’s waarin werd uitgelegd wat je het beste kan doen wanneer de hemel hel oplicht en er aan de horizon paddenstoelwolken verschijnen (onder je schooltafeltje gaan zitten blijkbaar).

 

​Toen viel de Sovjet-Unie uit elkaar, werd het Einde van de Geschiedenis uitgeroepen en werden zorgen over de bom verdrongen door de verwachting dat de wereldvrede aanstaande was. Het waren mooie jaren, maar wat duurde het kort. Sinds januari zit er een ontoerekeningsvatbare macho-man met zijn vochtige vingers boven ‘de knop’ en leven we weer met het ongemakkelijke besef dat er op onze planeet zo’n 15.000 atoomwapens in omloop zijn. De tijd is dus weer rijp voor post-apocalyptische literatuur, de tijd is rijp voor een herwaardering van Walter M. Miller Jr.’s A Canticle for Leibowitz.

We bevinden ons in de 26e eeuw. In een woestijn in de voormalige Verenigde Staten ligt een klooster van de ‘Orde van Leibowitz’. Zeshonderd jaar eerder vond er een totale ineenstorting van de menselijke beschaving plaats na een allesverwoestende kernoorlog. Een grote volkswoede ontstak bij hen die overbleven. “Als die wetenschappers niet hadden ontdekt hoe men een atoom kan splitsen,” zo werd er geredeneerd, “had deze catastrofe nooit plaatsgevonden!” Hooivorken en brandende fakkels kwamen tevoorschijn en in de ‘Grote Vereenvoudiging’ werden leraren en wetenschappers uitgemoord, gingen bibliotheken in vlammen op en werd iedere vorm van technologie uitgebannen. Ingenieur Isaac Edward Leibowitz stelde zichzelf als doel om zoveel mogelijk wetenschappelijke boeken en documenten te verzamelen en te verstoppen, om zo, in afwachting op betere tijden, de beschavingsvlam in leven te houden.

 

En zo ontspint zich in A Canticle for Leibowitz een verhaal van epische, zo niet

Bijbelse, proporties. We volgen de moeizame heropleving van de menselijke beschaving over een tijdsspanne van ruim elfhonderd jaar, waarbij steeds het klooster centraal blijft staan – met daarboven de eeuwig rondcirkelende gieren die geduldig lijken te wachten op het moment dat de mensheid zich opnieuw in de verdoemenis stort. Door de ogen van de kloosterbroeders, die driftig theologische en filosofische discussies voeren, zien we de eerste voorzichtige stappen die de wereld maakt naar een wederopbloei. Op basis van eeuwenoude documenten die de werking van elektriciteit beschrijven, bouwt een monnik in de gewelven van het klooster een generator, aangedreven door de spierkracht van vier andere broeders. Het moment dat het elektrische licht, glorieuzer dan duizend kaarsen, voor het eerst ontbrandt, voelt ook bij de lezer aan als een grootse gebeurtenis – één van de ontelbare voorbeelden van de grote zeggingskracht van dit boek. 

 

Het plot is niet het enige uitmuntende element van dit boek. Tot nu toe vond ik ook bij eerdere Hugo-winnaars sterke plots, maar vaak sloot de schrijfstijl naadloos aan bij wat de gemiddelde literatuursnob zou verwachten bij sciencefiction. Hoe anders is dit bij Miller’s boek. De dialogen zijn sterk, de ironische humor is daadwerkelijk grappig, de filosofische en theologische discussies zijn – wonderlijk genoeg – niet slaapverwekkend, maar lezen als passages uit een ‘Maand van het Spannende Boek’-boek.

 

Zoals de gieren eeuwig rondcirkelen boven het klooster, zo slaat ook de lezer vanuit eeuwigheidsperspectief de veranderingen gade zoals die zich voltrekken in de ruim duizend jaar die het boek beslaat. Deze unieke leeservaring wordt nog versterkt door een mystiek gevoel waarmee het verhaal doordrenkt is, opgeroepen door veelvuldig gebruik van Latijnse citaten uit de Rooms-katholieke traditie en door bovennatuurlijke gebeurtenissen die sporadisch en onnadrukkelijk in het boek verwerkt zijn. Al lezende in A Canticle for Leibowitz bekroop me af en toe het gevoel dat ik een oeroude mythologische vertelling voor me had, in plaats van een SF-boek uit 1959 van een schrijver uit Daytona Beach, Florida. 

 

Als ik bij partijen vertel dat ik met regelmaat SF-literatuur tot mij neem, krijg ik vaak de vraag of dat geen oxymoron is. Helaas kan ik de snob vaak niet ad rem van repliek dienen, omdat ik nog altijd niet goed weet wat er onder literatuur verstaan wordt en wat daar buiten valt. Maar één ding durf ik tegenwoordig op dit vlak stellig te beweren: als A Canticle for Leibowitz geen literatuur is, dan bestaat literatuur niet.

“Volgende keer is het tijd voor alweer het derde Hugo-winnende boek van Robert A. Heinlein, Stranger in a Strange Land, over een man die opgevoed wordt door Marsmannetjes en daarna weer moet aarden op Aarde.”

 

 

 

 

 

Please reload

Please reload