de   futurist

Je gids uit de toekomst

  • Facebook - White Circle
  • Twitter - White Circle
  • Instagram - White Circle

Hugo #10: Way Station | De transgalactische stationsbaas

 

Ver weg in een afgelegen deel van Wisconsin woont een zonderling figuur. Hij leeft een solitair bestaan, maakt iedere dag stipt op dezelfde tijd een wandeling door de landelijke omgeving, keuvelt wat met de postbode en trekt zich dan weer terug in zijn ouderwetse boerderij. Tot zover niets om je wenkbrauwen over te fronsen: genoeg mensen leiden een eenzaam bestaan. Deze loner leeft dit bestaan echter al ruim negentig jaar – en hij ziet er niet ouder uit dan een jaar of dertig. Treed binnen in het wonderlijke bestaan van Enoch Wallace, held van Clifford D. Simak’s Hugo-winnende Way Station.

Enoch is een veteraan van de Amerikaanse Burgeroorlog. Op een dag vlak na het einde van de oorlog loopt een reiziger hem tegemoet terwijl hij op zijn veranda over de rollende heuvels uitkijkt. Het is een verzengend hete dag, dus hij biedt de reiziger een verfrissende beker water aan. Rondreizende vreemdelingen hebben wel vaker grote verhalen, maar deze maakt het wel heel bont: het blijkt een buitenaards wezen te zijn, op zoek naar een geschikte plek voor een nieuw interstellair station die gebruikt zal worden door aliens die op doorreis zijn door de Melkweg. Voor hij het weet, is Enoch’s boerderij van binnen veranderd in de galactische variant van Utrecht Centraal en is hij voor de duur van zijn leven benoemd tot stationsbaas. Dat leven gaat nog wel even door, want één van de aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden is dat het verouderingsproces geen vat heeft op Enoch zolang hij zich bevindt in het station.

 

Way Station verscheen een jaar nadat de wereld met de Cubacrisis aan de rand van een nucleaire holocaust leek te staan en het boek is doordrenkt met apocalyptische sentimenten. Enoch is ervan overtuigd dat de wereld weldra opnieuw in oorlog zal ontvlammen en schaamt zich tegenover zijn veelal vredelievende bezoekers voor zijn soortgenoten. In de beste passage van het boek ontvangt hij een afgezant van de Galactische Regering, die aanbiedt het probleem van de immer oorlogszuchtige mensheid voor eens en voor altijd op te lossen – door alle mensen in één klap oliedom te maken. We zullen elkaar nog steeds geregeld de hersens inslaan, maar als niemand meer kan begrijpen hoe een verbrandingsmotor precies werkt, zullen we de planeet in ieder geval niet kunnen verwoesten in een van onze twistzieke oprispingen. Ik hoop dat er bij ons iemand aan een vergelijkbaar plan werkt – of is het plan inmiddels al uitgevoerd, maar is de domheidskuur alleen aangeslagen bij onze wereldleiders?

 

 

Aan het einde van zijn leven sprak Simak (1904-1988) vaak over de teloorgang van sciencefiction, dat als genre toen door vrijwel niemand serieus werd genomen. Hij pleitte voor realistische fictie, verhalen die geworteld waren in natuurkundige feiten en vanuit die feitelijke grondslag extrapoleerden. Toen hij Way Station schreef was hij overduidelijk nog niet op die conclusie aanbeland. Het plot draait om een galactisch genootschap dat de hoeder is van de ‘Talisman’, een voorwerp dat door spiritueel uitzonderlijk begaafde wezens kan worden geactiveerd, waarna er een verbroederende boodschap vanuit de Talisman het heelal in wordt gezonden en alle wezens zich blubberend in elkaars armen werpen. De laatste jaren is er helaas geen geschikte hoeder van de Talisman gevonden, dus overal in de Melkweg ontvlamt opnieuw de strijd. Het doet allemaal meer denken aan Koning Arthur dan aan ‘realistische sciencefiction’.

 

De wereld die Simak op kundige wijze oproept in Way Station, door de manier waarop hij het rustieke leven op het Amerikaanse platteland naast het wonderbaarlijke leven als interstellaire stationsbaas plaatst, is avontuurlijk en uitnodigend. Helaas wil hij vaak wel erg graag zijn punt maken, zodat het plot nodeloos wordt opgehouden door overbodig uitleggerige passages en door houterige dialogen waar Ed Wood zich nog voor zou schamen. Aan het einde van het boek maakt hij zich er helemaal met een jantje-van-leiden vanaf door middels een bovennatuurlijke interventie alle plotlijnen in één klap volgens beproefd Disney-recept van een goede afloop te voorzien. De leeservaring is vergelijkbaar met het opeten van een zak toverballen: het is plezierig zolang het duurt, maar na afloop heb je een weeïg gevoel in je maag.

Volgende keer is het tijd voor The Wanderer van Fritz Leiber, waarin een nieuwe planeet aan de horizon verschijnt, onze maan opeet en weer verdwijnt – wat naast de Hugo toch zeker ook ergens een prijs voor vreemdste plot ooit moet hebben gewonnen.

 

 

 

 

Please reload

Please reload